Taijiquan (T'ai Chi Chuan)
Taijiquan (T'ai Chi Chuan)
Veel mensen kennen taijiquan (ook wel geschreven als t'ai chi chuan, of kortweg tai chi) van beelden uit China, waar het de populairste vorm van lichamelijke oefening is. Wereldwijd beoefenen 60 miljoen mensen taijiquan. Toch is het (in Nederland) nog lang niet zo bekend als zijn 'Indiaase halfbroer': Yoga.
Oorsprong
De oorsprong van taijiquan is I Tjing, de Chinese leer der veranderingen. Ongeveer 1000 jaar geleden kwam men op het idee om de I Tjing toe te passen op vechtkunst. Zo ontstond 'zachte' of ínnerlijke' vechtkunst.
De meeste taiji-beoefenaars beoefenen taijiquan al lang niet meer om beter te leren vechten. Het is een methode geworden om gezond te worden en te blijven. De op zachtheid en mee gaan met de beweging gebaseerde taiji-wetten gaan echter ook op voor mentale weerbaarheid.
Toepassing
De voornaamste toepassing van taijiquan is fit worden en fit blijven. Met taijiquan bereik je dit doel zonder je bovenmatig in te spannen. Daarmee heeft taijiquan een unieke positie tussen alle vormen van fitness en conditie training. Het is niet vermoeiend, niet belastend voor je spieren en gewrichten en niet prestatiegericht. Taijiquan is harmoniserend, rustgevend en taijiquan brengt lichaam en geest in balans.
Uitgangspunten
Taijiquan is gebaseerd op een paar eenvoudige, heldere uitgangspunten zoals:
- je beweegt vanuit je buik (je buik is het centrum van je energie).
- als je mee kunt gaan met elke beweging van je tegenstander kan je niet geraakt worden.
- zachtheid overwint hardheid.
Dit soort uitgangspunten worden op een zeer systematische manier tot leven gewekt door middel van bewegingen waarin een diep gewortelde en uit en te na beproefde logica schuil gaat.
Ale het om directe resultaten gaat kunnen we zeggen dat Taijiquan prestatieverhogend en rustgevend werkt. Het helpt bij het voorkomen of bestrijden van allerlei stress gerelateerde kwalen zoals RSI en burnout. Ook ouderdomskwalen kan je voorkomen door regelmatig taijiquan te beoefenen.
Ontwikkeling
De oorspronkelijke taiji oefeningen zijn 400 jaar of langer geleden ontwikkeld in China. Het doel was de ultieme vechtkunst ontwikkelen. Toch past taijiquan in haar huidige vorm bijzonder goed in de westerse cultuur in deze tijd: meer bewegen, minder haasten. Uit je hoofd en in je lijf komen. Hoewel we zelden of nooit meer fysiek vechten, moeten we meer dan ooit weerbaar zijn om te kunnen slagen in het leven.
Vechtkunst
Als er iemand tegenover je staat die je je hersens in wil slaan is onze eerste reflex vechten of vluchten. Taijiquan kiest een ander uitgangspunt: maak contact. Contact met je tegenstander werkt in je voordeel. Het is goed om te weten wat hij van plan is. Het volgende uitgangspunt is: ga mee met zijn beweging. Als je mee kunt gaan met elke beweging van je tegenstander, kan hij je nooit raken. Het hoogste wat je in een gevecht kunt bereiken is dat je zelf niet geraakt wordt. Een derde uitgangspunt is: gebruik de kracht van je tegenstander om hem uit balans te brengen. Deze uitgangspunten gaan in hun toepassing veel verder dan een lijfelijk gevecht. Ze zijn ook toepasbaar in discussies of in de concurrentiestrijd van bedrijven. Ze vormen de basis voor een levenslange leerweg.
Geschiedenis
Er zijn aanwijzingen dat in China al meer dan duizend jaar geleden allerlei vormen van 'slow boxing' en innerlijke krijgskunst werden onderwezen. In de vele dorpen op het uitgestrekte Chinese platteland was vechtkunst voor de jonge mannen de enige manier om vooruit te komen. Een carrière in het leger was zoiets als profvoetballer worden nu: geld, drank en mooie vrouwen. Omdat taijiquan onder verschillende Chinese dynastieën verboden was, gaat de aantoonbare geschiedenis slechts 400 jaar terug.
Taijiquan nu
Sinds het buskruit zijn intrede heeft gedaan, heeft taijiquan veel van zijn praktische waarde als vechtkunst verloren. Desondanks is taiji met wereldwijd ca. 60 miljoen beoefenaars nu populairder dan ooit. De combinatie van geestelijke rust en fysieke conditieverbetering, zonder al te veel fysieke inspanning is uniek.
Onze grootste bedreigingen zijn al lang geen roofdieren meer en ook geen rovers of vijandelijke soldaten. Als wij voortijdig sterven komt dat door ongezonde gewoontes, negatieve gevoelens, geblokkeerde energieën. Taijiquan pakt al deze oorzaken aan.
Leraren
De leraren van OneMoves zijn Chen Xiaowang, Ben Milton en Nol Twigt. Chen Xiaowang geldt wereldwijd als de belangrijkste vertegenwoordiger van Chen stijl taiji van dit moment. Ben Milton is de (Engelse) inspirator, die Chen stijl taiji toegankelijk maakt voor westerlingen. Nol Twigt verzorgt de lessen van OneMoves in Nederland.
De oefeningen van Chen stijl taiji zijn ingedeeld in vijf elkaar ondersteunende niveau's:
- 'Free style' vechten: dit doen we eigenlijk nooit.
- Pushing hands: 'free style' vechten, maar dan zonder kracht en zonder snelheid, met het doel je 'innerlijke kracht' te toetsen.
- Vorm: serie langzame bewegingen, die je 'innerlijke kracht' versterken.
- Chan Si Gong (Silk Reeling, oftewel zijde spinnen): eenvoudige cyclische bewegingen, ter onderbouwing (uitdiepen) van de vorm.
- Sta-meditatie: langere tijd (in de lessen ca. 10 minuten) staan is een zeer effectieve manier om de structuur van je lichaam te verbeteren en om je geest tot rust te brengen.
Waarom geen taiji diploma's?
Er zijn twee manieren om eeuwenoude kennis voort te laten bestaan en steeds weer over te dragen op nieuwe generaties:- alles vastleggen en niets veranderen
- een paar centrale thema's vastleggen, waar iedereen vervolgens steeds een eigen invulling of interpretatie aan kan geven.
Taiji doet het laatste. Het is 'levende kennis' die op een persoonlijke manier wordt overgedragen van leraar op leerling. Elke leraar pikt zijn deel mee uit de oude bron en voegt er het zijne aan toe. Zo blijft taiji zich ontwikkelen en gaat het mee met de beweging van de tijd.
De stamboom van de belangrijkste taiji-leraren en -stijlen is in veel taijiboeken te vinden.
Taijiquan ontwikkelt zich nog steeds. Iedere leraar kan er zijn steentje aan bijdragen door zijn eigen school op te richten en zijn eigen oefeningen te ontwikkelen. Op die manier past taijiquan zich steeds aan en gaat het mee met de beweging van de tijd. (Meegaan met de beweging is een algemeen taiji principe.)
Stamboom
OneMoves is aangesloten bij Chen XiaoWang. Chen-stijl taiji wordt algemeen erkend als de oudste aantoonbare bron van taiji-kennis. Chen XiaoWang is de 19e generatie van de Chen familie en wordt algemeen erkend als de absolute top van taiji leraren.
Duwtest
Het ontbreken van diploma's heeft het nadeel dat je nooit weet of je met de 'echte' taijiquan te maken hebt. Maar gelukkig is er een eenvoudige manier om hier helderheid in te brengen: pushing hands.
Een goede taijibeoefenaar valt niet om als je tegen hem aan duwt. Hij voelt aan als een zachte, maar toch stevige rots. Als zijn lichaam goed is geconditioneerd is hij in staat om zijn stand te handhaven en de balans van degene die duwt te verstoren.
Als een leraar 'pushing hands' onderwijst, heb je de gelegenheid om hem te testen. Doet hij dat niet, en vind je het onbeleefd om hem zomaar een duw te geven, dan kan je het met woorden proberen. Als een leraar ontspannen blijft en jou je energie teruggeeft, heeft hij de juiste taiji-houding.
Een goede (verbale) 'push' is de vraag: "Kunt u mij een goede taijileraar aanbevelen?" Als een taijileraar daar ontspannen op reageert, is dat een goed teken.
Taiji-leerling zijn
Taiji leer je in vier stadia.
Het 1e stadium, het 'kind-stadium', wordt gekenmerkt door een zekere naïviteit en nieuwsgierigheid naar die grote, vreemde, nieuwe Taiji wereld. De belangrijkste dingen om te leren zijn een globaal idee van wat taiji is en wat het eventueel voor je kan betekenen.
In het 2e stadium, het 'puber-stadium', ontwikkel je een idee van wat je zelf met taiji wilt. Je gaat thuis oefenen. Je wordt kieskeuriger ten opzichte van de kwaliteit van hetgeen je leraar je aanbiedt.
In het 3e stadium, het 'volwassen-stadium' heb je een goede beheersing van de taiji vorm die je hebt geleerd. Je kent de effecten daarvan op je lichaam. Je oefent om je kennis en je beheersing van de taiji verder uit te diepen.
In het 4e stadium is het alsof de emmer overloopt. Je krijgt leerlingen, die op je schouders gaan staan en die verder doorgroeien, soms verder dan je voor mogelijk hield.
De 'kindersterfte' bij taiji-leerlingen is bijzonder hoog. Niet meer dan 1 van de 10 leerlingen bereikt het tweede stadium. Vanaf het tweede stadium vergt taiji leren een bijzonder soort samenwerking tussen een leraar en een leerling. Het wordt duidelijk waar je staat, waar je naartoe wil en waar je leraar staat. Om te komen waar je wil komen heb je drie dingen nodig: toewijding, talent en goede instructies. Van die drie is talent het minst belangrijk, omdat je gebrek aan talent makkelijk kunt compenseren met toewijding en goede instructies. Goede instructies sparen tijd, meer niet. Toewijding is waar het uiteindelijk om gaat. Alleen met voldoende toewijding overwin je alles wat nodig is om de wonderlijke taiji-conditionering van lichaam en geest te bereiken.
Oefenen
Taiji oefenen wordt wel vergeleken met eten. Niet teveel en niet te weinig en vooral: maak het lekker! Oefen je te weinig, dan stagneert je ontwikkeling. Oefen je te fanatiek, dan hou je het niet lang vol.
Hoewel je voor taiji niets bijzonders nodig hebt, vraagt het toch best veel organisatie. Je moet een beetje tijd reserveren en je moet een goede oefenplek vinden. De beste tijdsduur is ongeveer een uur per dag. Voor beginners kan dat iets korter zijn. Het beste tijdstip is voor of na je ontbijt, dus voordat je aan het werk gaat. Andere tijden zijn ook prima, maar het voordeel van vroeg is dat je de hele dag profijt hebt van je training.
Een oefen-uurtje bouw je in principe zo op:
- warming up. Zorg voor een goed functionerend lichaam. Doe oefeningen die zorgen dat al je spieren los en warm zijn en dat je bloedcirculatie goed op gang is.
- staan. Taiji sta oefeningen brengen je geest tot rust en geven je lichaam een soort 'basis structuur'. Pas als je goed kunt staan, kan je goed bewegen.
- chan si. Met eenvoudige 'silk reeling' bewegingen bereid je je lichaam voor op de complexere bewegingen van de vorm. In de chan si bewegingen is het relatief makkelijk om de lichaamsstructuur van het staan te handhaven.
- vorm. In de vorm liggen op elk niveau uitdagingen in het verschiet. In het begin is dat de choreografie leren beheersen. Later gaat het meer om de manier van bewegen, het plaatsen van je gewicht of het sturen van je qi door middel van je ademhaling en je aandacht.
- applicaties. Als je met een partner traint kan je ook pushing hands technieken oefenen. Pushing hands brengt een spel-element in je training en het motiveert omdat je een beter idee krijgt waar je het allemaal voor doet.


